Wat is sportklimmen?
Sportklimmen
![]() |
Sportklimmen is het beklimmen van een wand, waarbij je dat doet zonder daarbij hulpmiddelen voor de voortbeweging te gebruiken en met het uiteindelijke doel een moeilijke route ineens te beklimmen. Materiaal dient alleen voor de veiligheid en niet om de klimbeweging te ondersteunen of om aan uit te rusten. Sportklimmen wordt gedaan op rotswanden, ijswanden en op artificiële wanden. Een voor jou moeilijke route ineens uit klimmen is een belangrijk doel. Als prestatiesporter en als wedstrijdklimmer is het de leidraad voor wat je doet. Maar tijdens warming-up, training en het verkennen van een route (uitboulderen) kan dit een minder belangrijke rol spelen. Dit geldt ook als je uitsluitend voor je plezier klimt.
Spelregels
De belangrijkste spelregels zijn on-sight klimmen (een route ongezien ineens en tot het einde voorklimmen), Rotpunkt (een reeds bekende route ineens en tot het einde voorklimmen), flashen (een onbekende route, die je een ander hebt zien doen ineens tot het einde voorklimmend uitklimmen) en naklimmen (een bekende of onbekende route ineens, met touw van boven beveiligd, uitklimmen). Als de poging niet slaagt, heb je een on-sight, een Rotpunkt, een flash of naklim poging gedaan. Klimmen zonder beveiliging heet boulderen of traverseren als je laag blijft en soleren als je omhoog klimt. Bij het naklimmen van een voor de klimmer onbekende route in klimhallen wordt door sommige klimmers ook wel gesproken van on-sight of flash klimmen. Je zou ook kunnen zeggen dat je hem in de eerste of tweede poging hebt nageklommen.
Voor recreanten geldt dat je zelf bepaalt hoe serieus je de regels neemt. Zolang je daar eerlijk in bent, zal niemand daarover vallen. Je bepaalt zelf hoe serieus je de spelregels neemt, behalve in wedstrijden, daar worden vaste, voor iedereen voorgeschreven regels gehanteerd. Tijdens een training zijn spelregels meestal helemaal niet belangrijk. Het hangt van het trainingsdoel af of je wel of niet ‘mag’ uitrusten of vallen. Bij het uitboulderen van een route bijvoorbeeld. Afwisselend klim je een stuk en hang je even in het touw om de route in te studeren. Als je on-sight klimmen traint voor een wedstrijd, probeer je natuurlijk wel de route zonder val of zonder in het touw uit te rusten, te klimmen.
Een stukje historie
Het klimmen kent globaal 4 periodes:
1 De hoogste Alpentoppen worden beklommen (Engelse adel tot ±1915)
2 De Alpentoppen worden langs moeilijkere wegen beklommen (Zwitserland, Oostenrijk tot ±1940)
3 De periode van de rechte lijnen (de zogenaamde Direttissima’s), het artificiële tijdperk, de moeilijkste rechte lijnen werden beklommen met behulp van kunstmatige hulpmiddelen zoals laddertjes, waarbij de klimmers zich letterlijk omhoog hesen (tot ±1970).
4Sportklimmen: routes werden voortaan ‘vrij’ (zonder kunstmatige hulpmiddelen voor de voortbeweging) geklommen. Haken en ander materiaal waren alleen voor de veiligheid (na ±1970).
Moeilijkheidsgraden
Sportklimmen is in zichzelf een prestatiesport en dus willen klimmers zich meten. Omdat vroeger weinig uitwisseling bestond, zijn er op verschillende plaatsen in de wereld onderling afwijkende systemen ontstaan om de moeilijkheidsgraad van een route uit te drukken. Internationaal gold lange tijd de UIAA-schaal van Welzenbach als dé norm. Deze schaal loopt van I t/m XI en wordt nu nog vooral in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland gebruikt. De meest gangbare schaal voor de moeilijkheidsgraad is de Franse. Deze loopt van 1 t/m 9.
Het is wel prettig als je ‘om kunt rekenen’. Stel je bent ergens in het buitenland en je klimt routes volgens de schaal die ter plaatse wordt gebruikt. In onderstaande schema worden een paar manieren van graderen vergeleken.
- Coversietabel.pdf, (download Adobe acrobat om dit bestand te kunnen inzien)
Klimwedstrijden
![]() |
De eerste klimwedstrijden waren op snelheid en werden gehouden in de voormalige Sovjet Unie begin tachtiger jaren. In 1985 werd de eerste internationale klimwedstrijd gehouden in Arco (Italië). In 1988 werden er voor het eerst world-cups geklommen. In dat zelfde jaar werd in de Jaarbeurs in Utrecht de eerste Nederlandse sportklimwedstrijd gehouden. In het jaar daarna werd het eerste NK georganiseerd in een oude melkfabriek in Roosendaal. Tien mannen en tien vrouwen waren daarvoor uitgenodigd. Winnaars: Erik Jacobs en Ineke Dijkstra. Deze wedstrijden waren uitsluitend op moeilijkheid: on-sight voorklimmen. Pas in 1995 werden de eerste boulderwedstrijden georganiseerd.
Er zijn tegenwoordig 3 verschillende typen klimwedstrijden, die sinds 1990 altijd worden gehouden op artificiële klimwanden:
1 Difficulty (tegenwoordig ook wel ‘lead’, je leidt het touw naar boven): wie komt al voorklimmend het hoogst in een moeilijke, en nog onbekende route (on-sight klimmen)? Er worden gelijke kansen gecreëerd doordat niemand elkaar mag zien klimmen. De deelnemers worden in een isolatieruimte afgezonderd en krijgen geen enkele andere informatie over de te klimmen route dan in de 6 minuten gezamenlijke kijktijd verkregen is. In opeenvolgende rondes naar de finale worden de routes steeds moeilijker.
2 Speed: wie is het snelst boven? In tweetallen is er een afvalrace tot de finale.
3 Boulderen: evenals bij difficulty, worden gelijke kansen gecreëerd door de deelnemers on-sight te laten klimmen. Meestal moet een vier of vijftal boulders (korte, zeer moeilijke klimroutes boven landingsmatten) worden geklommen. Winnaar is diegene die de meeste boulders in de eerste poging helemaal klimt.
Ga voor meer wedstrijdinformatie, zoals uitslagen en verslagen naar http://www.nkbv.nl/sportklimmen/wedstrijden/wedstrijdkalender/.
Waarom vind ik sportklimmen zo bijzonder?
![]() |
Klimmen is voor mij lekker fysiek, uitdagend, spannend, soms erg confronterend, vaak ook heel gezellig en indien mogelijk in de natuur. Klimmen doe je met vrienden en je komt ook allerlei aparte mensen tegen. En als ik naar mijn werk ga, is dat vaak op en bij een klimwand of in de rotsen. Als ik klim ben ik soms een held en soms een watje, net zoals in het echte leven.
.
Sportklimtraining
Veel klimmers willen steeds moeilijkere routes halen. Daarvoor is alleen regelmatig klimmen niet genoeg. Training is een zeer persoonlijke aangelegenheid. Daarnaast luistert een goed opgezet trainingsplan wel naar een aantal vaste trainingsprincipes en – regels. Hiervoor verwijs ik naar mijn boek ‘Sportklimtraining, streven naar het optimale’ en naar andere boeken op de literatuurlijst. Hoofdstuk 4 van mijn boek ‘Sportklimmen, spelen met evenwicht’ is een aanvulling op techniek en tactiektraining zoals beschreven in hoofdstuk 8 en 10 van ‘Sportklimtraining’.
Wil je meer lezen over sportklimtraining, klik dan hier.


